Ik heb een schuilkelder

Geschatte leestijd: 2 minuten

Met schuilkelders is het net als met verzekeringen en airbags: je hoopt ze nooit te hoeven gebruiken.

Schuilkelder

Mijn vintage flatje uit 1960, in de Dichtersbuurt in het vestingstadje Weesp, beschikt over een officiële schuilkelder. De ruime bergingen in het souterrain zijn ontworpen met een dubbelfunctie. In vredestijd stal je er je fiets en je tuinmeubels. In oorlogstijd kun je er binnendoor naartoe om te schuilen tot het gevaar geweken is. Het gemeenschappelijke gedeelte heeft een rookkanaal, zodat de bewoners zich kunnen warmen bij een kacheltje.

Schuilkelders in de Dichtersbuurt in Weesp
Het ontsnappingsluik en het rookkanaal.

In puin geschoten

Atoomschuilkelders zijn het niet. De ruimtes zijn bedoeld om er een conventionele luchtaanval te overleven. In de dikke dragende muren zitten openingen met brandwerende scheidingswandjes, die je in geval van nood kunt openbreken. Tegen de zijmuur van het gebouw is een losse betonnen plaat bevestigd met een ijzeren stang die van binnenuit is los te draaien. De bewoners kunnen zo ontsnappen uit hun in puin geschoten gebouw.

Schuilkelders in de Dichtersbuurt in Weesp
De betonnen plaat tegen de zijgevel.

Koude Oorlog

Toen ik op 7 februari 2022 in een tijdschriftartikel las waar dat geheimzinnige luik voor dient, was ik getroffen door het tijdsbeeld. 1960, hartje Koude Oorlog. De tijd dat de overheid burgers adviseerde om zich bij een kernaanval onder de trap te verschansen. Wát een ander tijdperk, wát een andere zorgen. De mensen van toen leefden met oorlogsdreiging, wij met een pandemie en een klimaatcrisis.

Oekraïne

Maar later diezelfde maand gebeurde het onvoorstelbare. Op 24 februari, vandaag vier weken geleden, viel Rusland Oekraïne binnen. Sindsdien zien we dagelijks beelden van gebombardeerde flatgebouwen en schuilkelders. Daar verschansen zich mensen die tot voor kort, net als wij, onbekommerd naar theaters en winkelcentra gingen. Hun kelderbergingen gebruikten ze toen nog, net als wij, om hun fietsen en tuinmeubels te stallen.

Oorlogsdreiging

De oorlogsdreiging van 1960 is weer helemaal terug. Sterker nog, de kans op een derde wereldoorlog is groter dan ooit. Het lijkt een kwestie van tijd tot Nederland, als lid van de NAVO, erin gezogen wordt. Hoe zal zo’n oorlog eruitzien in de 21e eeuw? Daar denk ik maar liever niet over na. En mijn keldertje? Daar zet ik voorlopig maar gewoon mijn fiets.

Meer lezen over mijn nieuwe woonplaats Weesp?

Van Amsterdam naar Weesp

De mijmerende tekstschrijver

Ik heb een schuilkelder

Mentaliteit

Geschatte leestijd: 2 minuten

Hij neemt de twee tot de rand gevulde papieren tassen van Marqt in ontvangst. Bij zijn fiets kijkt hij alvast. Wat een goede vangst vandaag! Hij laadt de hertenbiefstuk, de entrecote en de zalm over in zijn rugzak. De tiramisu en de cheesecake legt hij er voorzichtig bovenop. De overige spullen stopt hij bijelkaar in één papieren tas, de andere gaat in de prullenbak.

Als hij even later de deur van één hoog passeert, gaat die net open. Elsa, met haar brievenbussleutel in de hand. Ze kijkt hem stralend aan en laat haar ogen naar de papieren tas afglijden.

‘Haai, buuv’, zegt hij vrolijk, ‘alles goed? Too Good To Go is weer véél teveel voor ons, kan ik nog wat aan jou kwijt? Wil je misschien een pakje tempeh?’

Ze glimlacht en zegt ‘Eh, nee dank je, die van vorige week ligt ook nog in de koelkast.’

‘Een pak magere yoghurt dan?’

‘Eh, ja, doe die maar.’ Wat heb je allemaal nog meer gekregen vandaag?

Hij zet de tas op de grond en laat haar kijken. Twee preien en een spitskool. Een bak tofu. Twee pakken magere melk. Drie zakken gesneden soepgroenten.

‘Wat een saaie dingen zeg, jij hebt ook altijd pech. Ik had gisteren mosselen en pizza in de tas. En trouwens, ook sticky toffee banana cake. Weet je wat? Wil jij een stukje? Dan heb je toch nog wat lekkers.’

‘Oh graag, heerlijk! Ja, het is de ene keer lekkerder dan de andere keer. Maar daar doe ik het natuurlijk niet voor. Het gaat om de verspilling! Vreselijk toch, dat dit anders állemaal zou worden weggegooid? Die mentalitéit!’

Foto door Mikhail Nilov via Pexels.com

Nog meer fictie lezen? Leef mee met die arme meester Johannes, die zich in het verhaal “Invaller” een weg baant door de schooldag.

Geconcentreerd werken? Veilig vastbijten!

Geschatte leestijd: 4 minuten

Lang voordat moeder natuur haar kinderen uitrustte met pootjes, voorzag ze een primitieve vis van een beweegbare onderkaak. Sindsdien wordt het ding gebruikt voor zaken als eten, praten, vechten en tekstschrijven. Tekstschrijven?

Hap!

Ik hapte laatst gretig toe op een uitdagende, complexe, bedrijfskundige opdracht. Me op het lijf geschreven! Normaal gesproken raak ik snel in een heerlijke flow als ik geconcentreerd werk aan een taai vraagstuk. Urenlang richt ik mijn volle aandacht op alle aspecten van het onderwerp. Ik fiets soms een eindje en schrijf daarna weer een stukje. Et voilà: een prachtige tekst en een blije opdrachtgever.

Maar hier gebeurde wat anders.

Kreunende computer

Wat viel dit tegen, zeg. De benodigde informatie kreeg ik uit de tweede hand, in een vorm die ik lastig vond: flarden van aantekeningen in Excel. Het dwingende format van het op te leveren document verstoorde telkens mijn inhoudelijke focus. Ook mijn laptop had het moeilijk. Die deed kreunend en steunend zijn best, maar kon de template waarin ik de tekst moest schrijven nauwelijks aan. En grote pdf-documenten op het externe scherm kon hij er écht niet meer bij hebben.

Overbelast

Ik liet me niet kisten en beet me stevig vast. Energie en tijd lekten weg in gedoe en geploeter. Zoeken naar stukjes verdwaalde informatie. Documenten en vensters afsluiten omdat de laptop vastliep. Ze even later toch weer openen, omdat ik informatie nodig had. Toekijken hoe een regel moeizaam uitvulde tijdens het typen. Wachten tot de tekst zich schoksgewijs herschikt had. Knip- en plakwerk om lopende tekst op de juiste plek te krijgen, in een documenttype dat daar eigenlijk niet op ontworpen is.

De klus kostte me twee keer zoveel uren als begroot en uiteindelijk leverde ik op de valreep een incomplete conceptversie in. De opdrachtgever moest zelf nog aan de bak, maar was gelukkig enthousiast over de kwaliteit van mijn werk. Zelf was ik alleen maar opgelucht dat het weekend was en ik kon bijkomen. Die nacht droomde ik onrustig, over brokjes tekst en onbegrijpelijke aantekeningen.

Stijve kaken

Zaterdag voelde ik iets bekends, iets verontrustends: stijve kaken, die niet meer wilden ontspannen. In 2016 had ik dat ook. Toen sijpelde de spanning door naar mijn nek, schouders en rug. Dat ik daardoor langzaam ziek werd, merkte ik pas toen begin 2017 het doek viel en ik plotseling tot niets meer in staat was.

geconcentreerd werken zonder afleiding
Afbeelding van DS stories via Pexels

Geconcentreerd werken

Stress door haperende randvoorwaarden is niet zo vreemd voor iemand met een burn-outverleden. Maar ook gezonde mensen raken sneller vermoeid en presteren minder goed als ze hun werkgeheugen belasten met afleiding en bijzaken. Vooral taken die diepe concentratie vereisen lukken minder goed en nemen al snel buitensporig veel tijd.

Manoeuvreren

Het kortetermijngeheugen moet bij complex denkwerk veel informatie tegelijk laden, verbanden leggen, kennis construeren. Het moet manoeuvreren met veel stukjes informatie, maar het heeft een zeer beperkte capaciteit. Achtergrondgeluiden, notificaties, weerbarstige applicaties: alles wat er niet toe doet maar wel om aandacht vraagt, staat soepele informatieverwerking in de weg.

geconcentreerd werken zonder afleiding afbeelding van SHVETS production via Pexels

De meeste mensen kunnen aardig wat afleiding aan voordat ze slecht gaan presteren of mentaal instorten. Ze hebben niet eens door dat cognitieve ruis hun functioneren hindert. Maar is het daarom ook onschadelijk? Moeten we niet zuinig zijn op ons werkgeheugen? Kunnen we het niet efficiënter gebruiken? Dan presteren we beter en maken we tijd vrij voor dingen die echt de moeite waard zijn. En we laden rustig op voor de volgende krachttoer.

Timemanagement en productiviteit

Alle zelfhulpboeken over timemanagement en productiviteit adviseren dan ook om het werkgeheugen te ontlasten. Taken en zorgen die er op dit moment niet toe doen, parkeer je in een systeem buiten je hoofd. Ze komen vanzelf weer in het vizier zodra je ermee aan de slag moet. Zo’n systeem maakt het mogelijk om geconcentreerd te werken, met een diepe focus.

De evergreen Getting Things Done van David Allen is het bekendste boek. Een latere bestseller is bijvoorbeeld Diep werk van Cal Newport. In ons eigen taalgebied verschenen onder meer Focus aan/uit van Mark Tigchelaar en Grip van Rick Pastoor. Wie echt nieuwsgierig is en nieuwe toepassingen wil bedenken, raad ik aan zich te verdiepen in de onderliggende cognitive load theory uit de leerpsychologie.

Schouders

Dat weekend zette ik mijn kaken in de heerlijke veganistische gerechten die mijn schoonzoon voor me kookte. Feldenkrais ontspanningsoefeningen hielpen me om de verkrampte spiertjes een voor een te bevrijden. Ik fietste tientallen kilometers in de omgeving van Weesp. En op LinkedIn nam ik nog een ontspannend advies ter harte van rabbijn Lody van de Kamp: “God heeft ons twee oren gegeven om te horen, twee ogen gegeven om te kijken en twee schouders om op te halen.”

Randvoorwaarden

Maandag had ik er weer helemaal zin in. Mijn honger naar complexe casussen was door deze opdracht alleen maar groter geworden. Maar bovenaan mijn to-do-list voor de nieuwe werkweek noteerde ik twee dingen:

  1. randvoorwaarden formuleren voor geconcentreerd werken
  2. randvoorwaarden formuleren voor aannemen van opdrachten

Ik wil namelijk niet opnieuw met een burn-out achter de geraniums belanden.

Welke randvoorwaarden mogen volgens jou niet ontbreken op mijn lijstjes?

De mijmerende tekstschrijver

Geschatte leestijd: 2 minuten

✔ Rustige werkkamer

✔ Professioneel zit/stabureau

Maar wat heeft een tekstschrijver nou écht nodig?

Stedelijk eiland

Halverwege mijn werkdagen stap ik op de fiets. Weesp is maar klein, een stedelijk eilandje in het groen. Je bent dus in een ommezien omringd door weidse vergezichten. Ideaal voor vruchtbaar mijmerwerk.

Vorige week maakte ik een ommetje langs de Vecht. Ik reed de vesting uit en stak de N236 over. Na een lange rij woonboten leidde het riviertje me naar rechts. Autogeluiden verstomden, het landschap werd dromerig, de tijd verdween in de eeuwigheid. Rechts zag ik boerderijen en velden vol schapen, links wuivende rietpluimen. Er dobberden zwanen, de Vecht glinsterde onder een winterzonnetje.

Leidseplein in het veenlandschap

Na enkele kilometers rees er plots een reusachtig bouwwerk op. Ik stapte af en bekeek het kasteelachtige gebouw. Het was opgetrokken uit rode bakstenen en versierd met lichte ornamenten. Het had een leistenen dak en droeg een torentje. Dit was zo’n bouwsel dat best aan het Amsterdamse Leidseplein had kunnen staan. Maar het stond hier, in het veenlandschap. Zwaanwijck heette het, las ik op de toegangspoort.

Zwaanwijck

Even later reed ik door de Dorpsstraat van Nigtevecht en stuitte op een sierlijke dorpspomp. Op het weelderige smeedijzeren praalwerk las ik “Anno 1893”. De marmeren sokkel vermeldde dat de pomp een geschenk was van Johanna Theunissen, weduwe van Martinus Nicolaas de Pré.

De dorpspomp in Nigtevecht

Langs het Amsterdam-Rijnkanaal reed ik terug naar huis. Daar tikte ik in Google: nigtevecht zwaanwijck de pre.

Echtelieden

In 1880 trouwde de Amsterdamse geldhandelaar De Pré met zijn twintig jaar jongere dienstbode Johanna Theunissen. In 1883 namen ze een vierjarig nichtje in huis. De echtelieden hadden grootse bouwplannen: een villa in neo-renaissancestijl op de achttiende-eeuwse buitenplaats Zwaanwijck bij Nigtevecht. Maar in 1892 overleed Marinus aan cholera, opgelopen door vervuild drinkwater uit de Vecht.

Het echtpaar De Pre-Theunissen met nichtje Johanna

In 1893 schonk Johanna een pomp aan het dorp en voorzag het daarmee van veilig drinkwater. De villa werd voltooid in 1897, maar twee jaar daarna overleed Johanna, 49 jaar oud. De villa liet ze na aan een stichting ter huisvesting van Nederlands Hervormde alleenstaande oudere vrouwen.

Meer lezen over mijn nieuwe woonplaats Weesp?

Van Amsterdam naar Weesp

De mijmerende tekstschrijver

Ik heb een schuilkelder

Van Amsterdam naar Weesp

Geschatte leestijd: 3 minuten

Er is een Achterom, een Achteromstraat en een Achteromdwarsstraat. Een Herengracht, een Oudegracht en een Achtergracht. Een Sleutelsteeg, een Hanensteeg, een Kapelsteeg en een Kerksteeg. Maar ook een Heer Elbertsteeg, een Claes Dellsteeg en een Jan Boutsteeg. Als de straten zo heten, moet een stadje haast wel oud zijn.

fusie weesp amsterdam
De Hoogstraat in de jaren 1910, gezien vanaf het forteiland Ossenmarkt (bron: klik op de afbeelding)

Naar Weesp

Weesp kwam op mijn pad toen ik dit jaar het roer omgooide. Enkele maanden na mijn start als zelfstandig tekstschrijver verhuisde ik van het drukke Amsterdam naar een knusse vintage portiekflat in Weesp. Vlakbij het station en op een steenworp afstand van de schilderachtige grachtjes.

Zompige veengrond

Tot halverwege de middeleeuwen gebeurde er weinig met de zompige veengrond van Holland en Utrecht. Maar tijdens de Grote Ontginning streken er schapenhouders, jagers en een enkele boer neer in het gebied. Her en der ontstonden nederzettinkjes. Eén zo’n gehucht, rond een dam in de Amstel, groeide uit tot Amsterdam. Verderop, aan een ander riviertje, ontstond Weesp.

In de late middeleeuwen verwierven de beide veendorpjes stadsrechten en kregen ze steeds meer economische betekenis. Amsterdam kreeg een belangrijke haven, Weesp brouwde bier met het schone water uit de Vecht. Na de middeleeuwen kozen de prille Hollandse stadjes ieder een eigen richting.

Ondernemen

Ondernemende immigranten uit de zuidelijke Nederlanden namen tijdens de Reformatie de Amsterdamse economie over. Weesp begon met jenever stoken.

In de 17e eeuw hulde het steeds rijker wordende Amsterdam zich in de Grachtengordel, een pompeuze kraag van statige herenhuizen. Weesp groef even buiten de stad een bescheiden Achtergracht en liet een bedrijvig nieuw buurtje verrijzen: Nieuwstad.

Amsterdamse kooplieden verrijkten zich met koloniale wereldhandel. In Weesp vestigde zich een stel wevers, dat met gesubsidieerde weefgetouwen een Weespse lakenindustrie moest beginnen. Zij kregen een eigen straatje, dat nog altijd als Wollenweversbuurt op de kaart is te vinden.

Speelbal

Amsterdam en Weesp lagen maar dertien kilometer van elkaar. Maar veel meer dan Amsterdam was Weesp eeuwenlang speelbal van territoriale conflicten. Ter verdediging wierp de stad in 1672 vier bastions op en verschanste zich achter een singelgracht.

fusie weesp amsterdam
Weesp in 1812 (bron: klik op de afbeelding)

Begin 19e eeuw werd Weesp opgenomen in de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Van rijkswege kreeg het oude centrum in 1861 een lomp torenfort in de maag gesplitst. En in 1892 werd Weesp onderdeel van de Stelling van Amsterdam.

Thuis

In korte tijd ben ik me helemaal thuis gaan voelen in Weesp. Ik ben lid geworden van de bibliotheek en leen daar boeken over de lokale geschiedenis. Eindeloos slenter ik langs grachtjes en door steegjes. Zo ga ik steeds beter snappen hoe het er was. En hoe het er is. Ik wil hier niet meer weg.

Terug

Maar toch keer ik op 24 maart 2022 terug in de schoot van Amsterdam. Mijn nieuwe woonplaats, dit verrassend lieve oude stadje, fuseert dan namelijk met zijn grote broer. Weesp gaat verder als stadsgebied binnen de hoofdstad. Het dappere vestingstadje aan de Vecht verliest na al die jaren alsnog zijn zelfstandigheid.

Meer lezen over mijn nieuwe woonplaats Weesp?

Van Amsterdam naar Weesp

De mijmerende tekstschrijver

Ik heb een schuilkelder

Bijna alles ging zoals het hoorde

Geschatte leestijd: 3 minuten

Opgroeien is een heel gedoe. Je maakt dingen mee, je leert hoe het hoort en alles is nieuw. Het wordt allemaal razendsnel normaal, zodat je direct weer wat nieuws aankunt. Op die manier wen je ook aan rare dingen.

Hoe het hoort

Ik stond er verloren bij, tussen de krioelende kinderen die een oorverdovende herrie maakten. Maar toen trok de juf een meisje tevoorschijn. Ze had lang steil haar, rustige, vriendelijke ogen en een volwassen jurk. “Marja laat je alles zien, zij zit ook nog niet zo lang op de kleuterschool.” Aan Marja’s hand verkende ik de verwarrende nieuwe wereld. Het scharenblok (“Altijd meteen terugzetten”). Het fonteintje (“Niet spetteren bij het handenwassen!”). De schildersezel (“Eerst vragen!”).

Later die dag zat ik achter de schildersezel (eerst gevraagd). Er kwamen drie grote meisjes om me heen staan, die me streng toespraken. “Dat is fout, wolken horen blauw!” “Nee hoor,” wierp ik tegen, “wolken zijn wit, de lúcht is blauw.” De meisjes stapten boos naar de juf. “Ze doet niet wat wij zeggen!” De juf zette haar vinger onder mijn kin en dwong me haar aan te kijken. “Altijd doen wat de grote kinderen zeggen!”

Memory lane

Vriendinnen werden we toen niet, Marja en ik. Maar als we elkaar vijftig jaar later terugvinden via internet, is er direct een klik. En we hebben beiden zin in een walk down memory lane. Dus spreken we op een druilerige ochtend af in Amstelveen.

Het Amstelveense Augustinuspark met de Paaskerk

Ons oude buurtje is vertrouwd en vreemd tegelijk. De bomen zijn gegroeid, de flats gekrompen. De straten en grasvelden zijn uitgestorven. Het wonderlijkste is wel de imposante heuvel waar de Paaskerk in beider herinnering op gebouwd was. Die blijkt nauwelijks heuphoog te zijn.

Een nette buurt

Bijna alles in het Augustinuspark, onze Amstelveense nieuwbouwwijk rond die iconische Paaskerk, ging zoals het hoorde. Zo verlieten de vaders ’s morgens de galerijflats naar hun werk op Schiphol. De moeders maakten het huis schoon en dronken sherry. Mijn werkende moeder viel dan ook uit de toon. Waar andere kinderen een vader, een moeder en een broer of zus hadden, had ik een moeder en een of ander vaag verhaal over een vader in Amerika. Toen ik een keer tegen een muurtje aan het voetballen was, beet een buurman mij toe “Jullie horen hier niet, jij en je moeder!”

Maar ik had het fijn thuis en alle buurkinderen waren welkom. Els mocht haar schoolknutselwerkjes bij ons op de piano zetten. Haar moeder gooide die namelijk altijd meteen weg, ze wilde geen troep hebben in haar nette huis. Thijs, met een hazenlip en een eeuwige snotneus, liep vaak op blote voeten en hoefde nooit op tijd thuis te zijn voor het eten. Hij mocht altijd bij ons aanschuiven om een vorkje mee te prikken. De keurige moeder van Els vond dat maar niks en versperde hem soms de toegang tot onze galerij.

Het is gaan motregenen. Marja en ik zetten een capuchon op en slalommen tussen de betonnen flats en huizenblokken. De wandeling roept namen en anekdotes op. Fijne herinneringen en minder fijne. Sommige zijn ronduit verbijsterend. Omdat alles nieuw en vreemd was, leerden we het allemaal normaal te vinden. Ook bijvoorbeeld, dat sommige kinderen het thuis niet fijn hadden.

Melinda en Berry

Hoewel ik een beetje anders was, hoorde ik er helemaal bij in de klas. Wie er niet bij hoorde en zelfs gepest werd, was Melinda. Ze was klein van stuk, kon niet goed leren en rook naar pis. Maar ik vond haar lief. Ze woonde op drie hoog in een portiekflat verderop, aan de rand van de buurt. Toen ik eens na school met haar mee de trap op liep om bij haar te spelen, kwamen we niet verder dan de tweede verdieping. Scheldend en tierend gooide haar moeder met schoenen naar ons.

We hadden ook Berry. Hij was groot en gespierd, kon goed leren en droeg nette kleren. Gepest werd hij niet, we bewonderden hem zelfs een beetje. Berry was namelijk ontzettend flink. Als hij heel veel pijn had, vertrok hij geen spier. Niemand was ooit bij hem thuis geweest. En hij speelde nooit bij een van ons, want dat mocht niet van zijn ouders. Eén keer was Berry wel met iemand meegegaan. Voor straf had hij de hele winternacht buiten moeten doorbrengen. Daar vertelde hij luchtig over.

Ouder worden

Pas als onze wandeling er alweer bijna opzit, praten Marja en ik elkaar snel nog even bij over al die jaren na onze schooltijd. Zij zette vier kinderen op de wereld, ik twee. Haar kinderen groeiden op in een eengezinswoning in Utrecht, de mijne op een bovenwoning in Amsterdam. Allebei denken we dat we het best goed gedaan hebben, als normale ouders zeg maar. Maar wie bepaalt dat eigenlijk? Hoe kijken de klasgenoten van toen terug op hun jeugd? Hoe doen zij het met hun kinderen? En hoe kijken onze kinderen straks terug op de nesten die wij voor hen bouwden?

Disclaimer: namen en details heb ik veranderd om herkenning te voorkomen.