Gascrisis

Deel dit artikel via
Geschatte leestijd: 3 minuten

In 1974 was ik zeven jaar en ik piekerde graag over volwassen onderwerpen. Een onheilspellend reclamespotje van de Rijksvoorlichtingsdienst toonde een wereldbol die als een kaars opbrandde. Een ernstige stem waarschuwde dat de fossiele brandstofvoorraad eindig was, en spoorde aan er verstandig mee om te springen. Gloeilampen en beeldbuistelevisies vraten stroom, die onrendabel werd opgewekt in gascentrales. En de huizen waren nog helemaal niet geïsoleerd.

Onze gaskachel verwarmde alleen de woonkamer, die enkel glas had. De slaapkamers van onze flat uit 1961 bleven koud. Er lagen in de winter drie zware wollen dekens op mijn bed. Ik kreeg ’s avonds een warme kruik mee en mijn pyjama mocht ik voorverwarmen op de kachel. Als het gevroren had, stonden er ’s morgens ijsbloemen op de ruiten.

Zuinig

gascrisis

We stookten natuurlijk voor de mussen, maar mijn moeder was zuinig met water en gas. Eén keer per week ging ik in bad. De andere dagen moest ik me wassen aan de kraan. Maar mijn oma vond warm stromend water verspilling. Ze legde me uit dat een wastafel vroeger een échte tafel was, met een bakje water erop, zonder kraan of afvoer. De moderne wastafel liet ze mij ook zo gebruiken. En ze deed niet aan decadente moderniteiten als een douche of een geiser.

Als ik het onheilspellende reclamespotje zag, of naar de poster van de brandende aardbol keek die in de klas hing, probeerde ik me een voorstelling te maken van de toekomst. Als ik de vijftig gepasseerd zou zijn… bestond ik dan eigenlijk nog wel? Of was die brandende aarde dan allang onleefbaar geworden? De details kreeg ik niet op mijn netvlies maar ik zag vage toekomstbeelden, met nóg koudere huizen, voedseltekorten en sociale ontreddering, die ik baseerde op verhalen over de hongerwinter.

Bericht uit de toekomst

Inmiddels is het 2021. Ik ben 54 en ik leef nog! Als verslaggever toekomst ga ik de kleine Janneke uit 1974 vertellen hoe het dagelijks leven er in de 21e eeuw uitziet. Ze hangt aan mijn lippen, ze is zo benieuwd! “Hoe koud zijn de huizen geworden, grote Janneke? Zitten we er nog wel warmpjes bij in 2021?” Ik zwijg en vraag me af wat ik haar in vredesnaam moet vertellen over deze krankzinnige tijd. Hoe ga ik vertellen over global warming, klimaatafspraken en energietransitie? Over Groningen en aardbevingen? Over van het gas af? Over de keuze tussen kolen-, gas-, biomassa- en kerncentrales? Over landschappen met windturbines en zonnepanelen?

Ik denk terug aan de wastafelkwestie uit 1974 en besluit daar te beginnen. Ik vertel haar dat we weliswaar de kraan niet meer laten lopen tijdens het tandenpoetsen, maar dat het wél de norm is geworden om iedere dag te beginnen onder een warme douche. Die duurt gemiddeld negen minuten. We laten daarbij tientallen liters schoon drinkwater het riool in lopen en verstoken tot wel een halve kuub gas. Ze kijkt me ongelovig aan.

Ik vertel dat er nu goed geïsoleerde woningen worden gebouwd, met zonnepanelen op het dak en een warmtepomp. Maar arme mensen zijn in slecht geïsoleerde en gas verwarmde huurhuizen blijven wonen en de gasprijzen zijn dit jaar geëxplodeerd. Bijna iedereen heeft nu centrale verwarming, maar arme mensen laten hem uit omdat ze de huur en de boodschappen al nauwelijks kunnen betalen. En arme mensen in Groningen, wier huizen langzaam instorten door zestig jaar gaswinning, zijn dubbel de pineut. Kleine Janneke kijkt me vol afgrijzen aan.

Fleece

Dan wikkel ik de kleine Janneke in mijn warme, lichte en fluweelzachte ‘woondeken’. Die kocht ik onlangs voor een tientje, om er ’s avonds onder weg te kunnen duiken, zodat de thermostaat niet zo hoog hoeft. “Over een paar jaar,” fluister in haar oor, “wordt dit wonderbaarlijke spul uitgevonden. Het heet fleece en ze maken het van aardolie. Het is veel zachter en warmer dan schapenwol. Als het nat wordt, is het zo weer droog en het kost haast niks. Je hebt er dekens van, truien, mutsen en zelfs een soort overalls om in huis te dragen. Maar als je het wast komen er microplastics in het water en die komen terecht in de voedselketen.” Kleine Janneke geeft geen antwoord. Ze is gelukzalig in slaap gevallen.

Deel dit artikel via

Wil je hierop reageren?