Hoe één boek je verandert in een lezer

Delen
Geschatte leestijd: 3 minuten

“Ik ben een vondeling. Maar tot mijn achtste jaar wist ik niet anders, of ik had een moeder, net als andere kinderen. […] Tot mijn achtste heb ik nooit een vader gekend; moeder en ik waren altijd alleen. Wel had moeder me verteld, dat vader steenhouwer was en in Parijs werkte.”

Kind zit op de bank en leest aandachtig in een dik boek in 1975.

Al meer dan 50 jaar ken ik de eerste zinnen van Alleen op de wereld uit mijn hoofd. Die dikke pil van Hector Malot, over de verschoppeling Remi, las ik in 1975 in één ruk uit. 

Verstoord leesplezier

De jaren daarvoor hadden Harm Jan en Tie-ne-ke en Bak-ker-tje Deeg mijn aanvankelijke leesplezier grondig de das om gedaan. Als decemberkind leerde ik in mijn lange kleuterperiode al lezen, en in de eerste klas scheepte de juf me met dergelijke boekjes af, zodat ze mijn klasgenoten de eerste letters en woordjes kon bijbrengen.

Maar de verhalen boeiden me niet, en de ellendige lettergreepstreepjes  – het huidige leesonderwijs doet daar niet meer aan – verstoorden mijn woordbeeld en vertraagden mijn leestempo. Pas toen ik in de herfstvakantie van de derde klas toevallig Alleen op de wereld in handen kreeg, begon ik lezen leuk te vinden.

Herkenning en vervreemding

De eerste zinnen over Remi zogen me het verhaal binnen. Want ik was ook acht jaar, ik woonde ook alleen met mijn moeder, en net als hij wist ik over mijn vader weinig meer dan dat hij weg was. Tot zover de herkenning, daarna kwam de vervreemding. Ik belandde in een vreemd 19e-eeuws Europa, waar Remi en Vitalis te voet rondtrokken met hun dieren en muziekinstrumenten. Ontzet las ik over een samenleving waarin kinderen van mijn leeftijd verkocht, mishandeld en uitgebuit werden.

Die herfstvakantie met Remi was een kantelpunt. Stephen Krashen zou Alleen op de wereld mijn home run book noemen.

Stephen Krashen: home run book

Een home run book markeert een positieve, ‘particuliere’ leeservaring, die de intrinsiek gemotiveerde lezer in een kind wakker maakt.

De een krijgt zo’n boek op zijn zevende in handen, de ander ontdekt het pas op haar zestiende. Niet ieder potentieel home run book is een literair werk: je vindt ze in alle genres. Dat lees je in de boeiende commentaren onder een eerdere versie van dit artikel. De bijzondere ervaring valt dan ook niet samen met een bepaald stadium in de literaire ontwikkeling, maar technisch vloeiend kunnen lezen is wel een voorwaarde: pas dan kan alle aandacht naar het verhaal gaan.

Hoe help je een kind aan een home run book?

Zoals veel kantelmomenten laat een intense leeservaring zich niet plannen of afdwingen. Dat ene kind en dat ene boek moeten elkaar domweg toevallig tegenkomen. Maar je kunt natuurlijk wel voorwaarden scheppen voor zo’n ontmoeting, met toegankelijke en aantrekkelijke openbare bibliotheken en de Bibliotheek op school. Daar mag een kind vrij rondsnuffelen, van verschillende boeken proeven, en zelf beslissen of het boek meegaat naar huis.

Wat was jouw 𝘩𝘰𝘮𝘦 𝘳𝘶𝘯 𝘣𝘰𝘰𝘬? En zat dat effect hem bij jou ook in herkenning en vervreemding, of juist in iets heel anders?

Een eerste versie van dit artikel schreef ik op LinkedIn.

Meer over lezen en onderwijskansen

  1. Hoe één boek je verandert in een lezer
  2. Hij kan beer niet lezen. Is Christopher dyslectisch?
  3. Een powerweekend met turbobijles
  4. Alle kinderen zijn gelijk, maar sommige zijn gelijker dan andere

Delen

De wereld van de gymzaal

Delen
Geschatte leestijd: 3 minuten

In schoolgidsen heet het “lichamelijke opvoeding”. In de gymzaal leren kinderen allerlei fysieke vaardigheden. Maar ze komen daarbij vaak zichzelf en de ander tegen. De gymles confronteert een kind soms hard met zijn karaktereigenschappen. Hoe gaat de 21e eeuwse gymleraar daarmee om?

Zeespiegel

Is water goed of slecht? Een hint: Nederland is wereldberoemd om zijn strijd tegen het water. Busladingen toeristen vergapen zich in de Beemster aan de landbouwgrond die in de zeventiende eeuw werd veroverd op de zeespiegel. Maar die zeespiegel slaat terug! Inmiddels weten we dat we de rivierdelta op termijn terug moeten geven aan de zee. Tegelijk staat de Achterhoek te verdrogen en krijgt een Zuid-Europees klimaat. Inheemse bomen zijn er ten dode opgeschreven. Dus wat is water nou, goed of slecht? Vriend of vijand? Houd die vraag even vast, ik kom er straks op terug.

De schoolwereld

De afgelopen weken werkte ik voor een nieuwe opdrachtgever, een Amsterdamse basisschool. Ik voerde gesprekken met leerkrachten en andere medewerkers, over hun school en hun vak, over de buurt en de kinderen. Over wat die moeten leren en wat ze van thuis meekrijgen. Het waren prachtige ontmoetingen, met bevlogen professionals die verschillende perspectieven met mij deelden.

Minimaatschappij

Het is zo’n school die het niet cadeau krijgt. Veel leerlingen hebben moeite met de Nederlandse taal. Instructie is dan moeilijk te begrijpen, opdrachten worden soms raadsels. Dat maakt leerlingen onzeker en gedragsproblemen liggen op de loer. De leerkrachten krijgen het daarom óók niet cadeau.

Hoe ga je met elkaar om in de minimaatschappij van de school? Hoe neem je samen verantwoordelijkheid voor de sfeer? De school onderwijst sociale vaardigheden met de evidence based methode Kiva. Maar: the proof of the pudding is in the eating. Hoe gaan leerkrachten en leerlingen met elkaar om bij dagelijkse voorvalletjes?

Levendige ogen en harige benen

Als er érgens voorvalletjes voorvallen, is het in de gymzaal. Competitie is er doodgewoon. De gemoederen lopen er vaak hoog op. Je moet soms kiezen: doorbijten en je grenzen verleggen, of angstig aan de kant blijven staan. Je kunt pijnlijk “op je bek gaan”. Soms letterlijk, als je misgrijpt bij het turnen. Soms figuurlijk, als jij de verliezer bent en die ander de winnaar.

Misschien herinner je je de enerverende wereld in de gymzaal nog. De energieke gymleraar, met levendige ogen en harige benen, om zijn nek een stopwatch en een rolfluitje. Lekker scoren bij trefbal. Hoog in de touwen klimmen en het plafond aanraken. Of herinner jij je heel andere dingen? Een atmosfeer vol zweetlucht en galm? Een bal tegen je hoofd, een val uit het wandrek?

Temperament

Ik sprak met de gymleraar van de basisschool die het niet cadeau krijgt. Ieder kind heeft zijn eigen temperament, legde hij mij uit, en dat is goed. Veel kinderen op deze school zijn eerzuchtig en gaan tot het uiterste om hun doel te bereiken. Soms lopen de gemoederen hoog op. Bij gym leren ze hun temperament te hanteren. Hoe ga je om met winnen en verliezen? Er zijn heldere regels, maar de kinderen mogen wel zichzelf zijn. Ze leren omgaan met grenzen in de vrije ruimte. En fanatiekelingen die het aankunnen mogen samen de confrontatie aangaan. Met en tegen elkaar kunnen zij hun grenzen verkennen.

Maar angstige kinderen dan? Kinderen met overgewicht of motorische achterstanden, hoe leren die hun grenzen verleggen? “Angst is goed!” zei de gymleraar. “Angst moet je respecteren.” Een kind beslist zelf wanneer het aan een bepaalde uitdaging toe is. Als je iets niet kunt of durft, betekent dat nog niet dat je het nooit zult kunnen of durven. Iedereen is in ontwikkeling. En een kind dat zijn angst overwint verdient net zo goed een podium als een kind dat een wedstrijd wint.

Een bron van leven

Is fanatisme goed of slecht? Is angst goed of slecht? Is water goed of slecht? Nee. Karaktereigenschappen en water moet je leren kennen en leren hanteren. Je moet ze begrenzen, maar wel voldoende ruimte geven. Ze verdienen respect, ze zijn een bron van leven.

Delen

Hij kan beer niet lezen. Is Christopher dyslectisch?

Delen
Geschatte leestijd: 3 minuten

Dit is het waargebeurde verhaal over een jongen en een beer. De jongen, laat ik hem Christopher noemen, was zes jaar en zat in groep drie. Een rustige, hardwerkende knul, die zich goed kon concentreren en een schrandere indruk maakte. Maar op de AVI-toetsen scoorde hij slecht. Hij bleef maar staren naar woorden die hij al vaak had gezien. Leed hij soms aan dyslexie?

dyslectisch

Beer

“Ik weet ook wel dat daar beer staat, maar ik kan het niet lézen!” Christopher zei het korzelig, toen ik hem wilde helpen. Dit vond ik een merkwaardige uitspraak. “Wat is lezen eigenlijk?” vroeg ik hem. Hij legde het me haarfijn uit. Lezen deed je met letters die zeiden hoe het woord moest klinken. Maar bij beer raakte hij altijd in de war, vertelde hij. “In beer staat ee maar dat klopt niet, het is i. Zo kan ik het toch niet lezen?”

Ik complimenteerde hem met zijn ontdekking. Met beer is iets vreemds aan de hand, legde ik hem uit. Dat komt door de r. Die verandert soms de klank die ervoor staat. Op een papiertje schreef ik onder elkaar: eer oor eur. Christopher begon enthousiast allerlei woorden op te noemen die daarop rijmden. Hij stak het briefje in zijn zak en zei plechtig “Nu kan ik beer lezen.”

Wat was hier aan de hand?

Zelf ontdekkend leren

Zijn school gebruikte Leeslijn, een methode gebaseerd op de vermeende zeven natuurlijke fasen die een kind doorloopt als het leert lezen. De methode beschouwt leren lezen als een natuurlijk proces, vergelijkbaar met leren lopen en leren spreken. Kinderen doorlopen zonder instructie, zelf ontdekkend en zelfstandig, een serie boekjes. Alleen de zwakkere leerlingen, die dat wél nodig hebben, krijgen instructie. Zij volgen een aparte route met andere boekjes.

eer oor eur klank en spelling Nederlands

Was ook Christopher gebaat geweest bij die route voor zwakke leerlingen? Christopher was geen vlotte lezer, maar zelf ontdekkend was hij juist als geen ander! Hij ging logisch en analytisch te werk en had zelf ontdekt dat er rare dingen aan de hand zijn bij de spelling van het Nederlands. Het ontbrak hem, zo leek het, vooral aan een sparringpartner, iemand met wie hij zijn ontdekkingstocht en kennisconstructie kon delen, iemand bij wie hij zijn eigen conclusies kon toetsen. Een goed onderlegde gesprekspartner bovendien, die kennis had van de didactiek van het aanvankelijk lezen. Voor zover ik weet heeft Christopher uiteindelijk ‘gewoon’ goed leren lezen en schrijven.

Voor welke kinderen is die aparte route dan wel geschikt en is het inderdaad goed om die kinderen ‘af te koppelen’? Is leren lezen eigenlijk wel vergelijkbaar met leren spreken? Daarover schrijf ik een volgende keer in deze serie over leesproblemen.

Meer over lezen en onderwijskansen

  1. Hoe één boek je verandert in een lezer
  2. Hij kan beer niet lezen. Is Christopher dyslectisch?
  3. Een powerweekend met turbobijles
  4. Alle kinderen zijn gelijk, maar sommige zijn gelijker dan andere

Wij helpen gratis een organisatie met dat kleine verhaal dat verschil gaat maken. Lees meer…

Delen

Een powerweekend met turbobijles

Delen
Geschatte leestijd: 3 minuten

Een powerweekend met turbobijles kan je toekomstperspectieven radicaal veranderen, leerde ik deze week van mijn oude schoolvriendinnetje Patricia. Ze had mijn vorige blog gelezen, over mijn dyslectische moeder die het schopte tot foutloos spellende LOM-schooljuf.

“Ik ben ooit op de lagere school een weekend bij jullie geweest,” schreef ze me. “Jouw moeder heeft toen mijn niveau van Nederlandse taal getest. Daarna heeft ze de beste spellingstips gegeven. Een beetje logische tips. Altijd zoveel houvast daaraan gehad. En ik heb ze doorgegeven aan mijn kinderen.”

Vijfde klas, Dr. Plesmanschool (1977-1978) met Patricia op de achterste rij derde van rechts en ikzelf op de achterste rij vijfde van links.

Hondtje

Er begon mij iets te dagen. Ik dacht terug aan mijn elfde verjaardag in 1977. Mijn vriendjes en vriendinnetjes hadden hun zakgeld bijeengeschraapt om mij een abonnement op de Tina cadeau te doen, met een welkomstgeschenk naar keuze. Een van de opties was “een hondtje in een mantje”, schreef Patricia in een brief die ik op mijn verjaardagspartijtje overhandigd kreeg. Ik was gewend aan haar merkwaardige spelfouten. Als zij zich hakkelend en zwetend een weg ploeterde door een leesbeurt, las ik alvast vele bladzijden vooruit. Ik was van de taal, zij was van het rekenen. Zo zag onze wereld eruit.

Maar mijn moeder vond hondtjes en mantjes niet normaal. Zij zag een kind dat worstelde met een zwak woordbeeld. Een dyslecticus, die veel meer behoefte had aan spellingsregels en logica dan anderen. Zij zag een kind dat lukraak, op hoop van zegen, d’s, t’s en dt’s in haar tekst stopte, omdat ze de onderliggende regels niet kende. En kennelijk zag mijn moeder een taak voor zichzelf weggelegd, want ze nodigde mijn vriendinnetje uit voor een ambitieus logeerweekend. Patricia bleek twee jaar achterstand te hebben met taal. Elementaire spellingsregels waren langs haar heengegaan, omdat ze het tempo van de klas niet had kunnen bijbenen.

A-e-o-u-i

Wat had het power-weekend haar opgeleverd? “Ze vertelde mij hoe een enkele a e o u i klonk en aa ee oo uu ie. En vertelde mij bij meervoud bv ff of enkel f moest gebruiken…” De turbo-bijles maakte van Patricia geen taalvirtuoos, maar er lagen daarna meer wegen voor haar open. “Taal is altijd een probleem gebleven maar polissen financieel uitzoeken niet. Toch ben ik op een gegeven moment weer afgerekend op mijn dyslexie. Ik was 40 jaar en kreeg een slechte beoordeling voor communicatie en dan doelde ze op mijn schrijven. Ik werkte toen al 12 jaar bij dat bedrijf. Ik dacht waarom moet ik dit nog steeds doormaken. Ach we zitten met z’n vieren hier met hetzelfde probleem. […] We doen alles via kleine stapjes, want het niveauverschil is af en toe te groot om een mooie opleiding te volgen maar wij komen er wel.“

Een ontroerend verhaal, over een kleine investering met een enorm rendement. Met adequate instructie in een goed gestructureerde turbo(bij)les kan een kind een grote leerachterstand in korte tijd inlopen. Weinig dingen geven zoveel voldoening en zelfvertrouwen als zo’n prestatie. De zogenaamde coronageneratie is niet verloren. Met de juiste investeringen lopen deze kinderen hun achterstanden echt wel weer in. Ze kunnen dan genieten van een euforische overwinningsroes en een extra portie zelfvertrouwen meenemen naar de moeilijkheden die later nog op hun pad komen.

Meer over lezen en onderwijskansen

  1. Hoe één boek je verandert in een lezer
  2. Hij kan beer niet lezen. Is Christopher dyslectisch?
  3. Een powerweekend met turbobijles
  4. Alle kinderen zijn gelijk, maar sommige zijn gelijker dan andere
Delen

Alle kinderen zijn gelijk, maar sommige zijn gelijker dan andere

Delen
Geschatte leestijd: 3 minuten

Mijn dyslectische moeder was juf op een LOM-school en was een kei in spelling. Zelf had ze hard moeten werken om te leren lezen en schrijven, maar het was haar mooi gelukt. Ze beschikte over een eindeloos arsenaal aan ezelsbruggetjes om ieder woord foutloos op papier te krijgen. Daarmee was ze het ideale rolmodel voor de kinderen in haar klas, die gedemoraliseerd en vaak met jaren leerachterstand uit het reguliere onderwijs waren vertrokken.

Lees verder
Delen