Klaar voor de start…?

Delen
Geschatte leestijd: 3 minuten

De ringtone van mijn zakelijke telefoonnummer laat mijn werkweek abrupt beginnen, de dinsdagochtend na Pasen. Een enthousiaste vrouwenstem valt met de deur in huis: “We zijn eigenlijk al in gesprek met andere tekstschrijvers, maar nu hebben we jouw blog gezien en we zijn erg enthousiast! Voor de teksten op onze website hebben we iemand nodig met een onderwijsachtergrond.” Een opdrachtgever die juist mij wil hebben, omdat ze onder de indruk is van mijn teksten. Dat is fijn om te horen. Mijn weblog is mijn visitekaartje. Het is een proeverij voor mijn eerste- en tweedegraads LinkedIn-netwerk, dat hiermee een indruk krijgt van mijn interessegebieden en expertise.

De enthousiaste vrouwenstem blijkt toe te behoren aan Sara, die samen met haar compagnon Meryam een start-up in de steigers heeft staan. “Waar gaat het precies om?” vraag ik, terwijl ik naar een kladblok en een pen graai.

Persoonlijke ontwikkeling

De vrouwen hebben een revolutionair begeleidingsconcept ontwikkeld, dat in het voortgezet onderwijs kan worden ingezet. Sara doet me uitgebreid uit de doeken hoe de programma’s de huidige mentorpraktijk aanvullen. Eén persoon kan al het verschil maken voor een kind, weet Sara uit eigen ervaring. Voor haar was dat juf Iris op de basisschool. Diens enthousiasme stak een vuur bij haar aan en deed haar besluiten om ook het onderwijs in te gaan. En dat vuur wil zij op haar beurt weer overdragen op een nieuwe generatie scholieren.

Start-up

De bevlogen vrouwen werken al vele jaren als docenten en begeleiders in het beroepsonderwijs en het voortgezet onderwijs in de regio Utrecht. Ze putten dus uit professionele praktijkervaring, maar ze nemen ook ervaringsdeskundigheid mee als leerling en moeder. Deze schat aan kennis willen ze verzilveren in hun eigen coachingspraktijk, die een gat in de markt moet vullen. Ze hebben een jaar gewerkt aan de ontwikkeling van hun aanbod. En nu is het de hoogste tijd om ermee de markt op te gaan. Het tweetal zoekt daarom een professionele tekstschrijver, die hun propositie goed onder woorden kan brengen voor verschillende doelgroepen: scholen, leerlingen en ouders.

Ik geniet van Sara’s enthousiasme. Haar missie om verschil te maken in de levens van kinderen herken ik, het is een familietrekje bij Dullemonden. Maar ook voel ik verwantschap met haar vanwege de levensfase van haar bedrijf. Ik volg veel cursussen, webinars en workshops voor startende ondernemers en ontmoet daar anderen rond die spannende stap naar een ondernemersbestaan. Voor sommigen is het nog een vage droom, waar ze schuchter over praten als over een latente kinderwens. Anderen hebben al een bedrijfsnaam, een logo en een website en wachten nu op hun eerste klant. En dan zijn er de veteranen: mensen die al jaren aan het starten zijn, maar nog altijd geen lucratief plekje op de markt hebben weten te bemachtigen.

Ondernemerschap

Sara en ik spreken anderhalf uur over onderwijs en ondernemerschap. Ik merk dat met de inhoud van het gesprek ook mijn rol verandert en ik op een professioneel dilemma afsteven. Ik kan de opdracht natuurlijk aannemen en honderden euro’s verdienen door de gevraagde teksten te leveren. Een succesmomentje voor deze startende ondernemer. Maar is dit voor hún onderneming wel de juiste investering op het juiste moment? Kunnen ze niet beter eerst een gedegen marktonderzoek doen, eventueel begeleid door een starterscoach? Ik spreek mijn dilemma uit en vertel over de scholing die ik kosteloos volgde via FNV Zelfstandigen. Ondernemerscursussen over bijvoorbeeld marktonderzoek en online marketing vergroten de kansen van een start-up aanzienlijk.

Ik heb mijn pen en kladblok inmiddels weggelegd, terwijl Sara juist het ene na het andere blaadje volschrijft met mijn tips. We besluiten de beurzen voorlopig dicht te laten. Ik wil de komende tijd best blijven meedenken met hun plannen. Wie weet kan ik dan in een later stadium alsnog wervende teksten voor ze schrijven. Doeltreffende teksten. Teksten die werken. Teksten die beide bedrijven helpen aan een stevige marktpositie.

De namen Sara en Meryam zijn op verzoek gefingeerd en worden te zijner tijd gewijzigd in de echte namen.

Delen

Toekomstverkennen: het ultieme denken in organisaties

Delen
Geschatte leestijd: 3 minuten

Zomer 2020. De bibliotheek is weer beperkt open gegaan na de eerste lockdown. Het voelt onwennig. Mijn bibliotheekloopbaan van bijna dertig jaar is begin maart geëindigd, een week voordat de bibliotheken hun deuren moesten sluiten. En nu kom ik terug als klant en student. Ter voorbereiding op een bestaan als zelfstandig adviseur studeer ik bedrijfskunde. Bij OBA StudyShare, een geweldige studiefaciliteit, wil ik me in alle rust voorbereiden op het tentamen Strategie van organisaties. En dan, daar op de zesde verdieping, voel ik plotseling hoe een boek naar me staat te gluren vanaf een uitstaltafel. Het is getiteld Toekomstverkennen: het ultieme denken in organisaties. Dat boek moet mij hebben, zoveel is duidelijk!

Bizarre trainingspakken

Toekomstverkennen: het ultieme denken in organisaties door Freija van Duijne en Peter van der Wel

De auteurs hebben samen een lange staat van dienst als futurologen bij overheden en grote bedrijven. Het is een beroep waar je mee voor de dag kunt komen op feestjes. Futurologie doet denken aan plaatjes van mensen in bizarre trainingspakken, die ruimteschipachtige huizen bewonen. Amusant, maar niet echt nuttig. Voorspellingen over de toekomst komen immers toch nooit uit.

De toekomst zal er inderdaad anders uitzien dan je wildste fantasieën, betogen de schrijvers. Maar juist daarom hebben organisaties toekomstverkenners nodig. Die brengen denkprocessen op gang, waarmee men op een andere manier naar de werkelijkheid gaat kijken. En dat is nodig, want organisaties krijgen het steeds moeilijker om zich staande te houden. Zo’n andere manier van kijken maakt het mogelijk om – houd je vast, nu wordt het spannend – “zwakke signalen op te vangen uit de toekomst”. Op basis daarvan kan de organisatie voortdurend haar strategie bijstellen en zo nodig radicaal omgooien.

Het boek verscheen in 2019. Niemand, ook de schrijvers niet, kon weten dat de wereld een jaar daarna in een pandemie zou belanden, die het dagelijks leven compleet zou verstoren. Toch was het risico van zoönose al langere tijd bekend. Het was niet de vraag óf er zo’n ontwrichtende ziekte zou opduiken maar wanneer. De ‘zwarte zwaan’ overviel ons desondanks, als een dief in de nacht. In de bubbel van het heden, in de waan van de dag, zien we kruipende processen over het hoofd. Maar ze zijn er en ze bewegen ons ongemerkt naar kantelmomenten: ingrijpende gebeurtenissen waardoor de wereld er plotseling heel anders uitziet.

Veranderlijke wereld

Schoksgewijze verandering is van alle tijden, maar ze is nu anders van aard dan vroeger. Allereerst zijn de veranderingen beweeglijker geworden. Ze hebben een hoger tempo en gebeuren al snel op wereldschaal. Die beweeglijkheid leidt vervolgens tot onzekerheid. Strategieën werken vaak plotseling niet meer. En hoewel er tegenwoordig een overvloed aan informatie is, kunnen experts de onzekerheden er moeilijker mee reduceren. Een derde verschil is dat de wereld complexer is geworden. Allerlei drijvende krachten werken op elkaar in, denk daarbij aan demografische, economische, sociale, technologische, ecologische en politieke veranderingen. Oorzaken en gevolgen lopen kriskras dooreen. Zo ontstaan taaie maatschappelijke vraagstukken, die zich lastig laten definiëren, maar toch om een gezamenlijke aanpak vragen. En hieruit komt het vierde aspect voort: dubbelzinnigheid. Het wordt steeds moeilijker om de tijdgeest te duiden, overzicht te houden. Er zijn talloze versies van de werkelijkheid in omloop.

Wie al bekend is met het concept, herkent hierin ongetwijfeld de VUCA-world: volatility, uncertainty, complexity, ambiguity. Het begrip stamt uit de jaren 90 van de vorige eeuw, maar pas de laatste jaren dringt in brede kring het besef door dat het menens is. Beleidsplannen en visiestukken zijn in onze tijd niet meer compleet zonder een alinea waarin melding wordt gemaakt van de dynamische en snel veranderende wereld. Het lijken soms buzzwoorden. Maar de strategische horizon komt echt steeds dichterbij. Beleidsplannen beslaan een steeds kortere tijdspanne, want voor je het weet zijn ze achterhaald.

Toekomstverkennen

De auteurs bieden hun lezers een futurologische gereedschapskist. Het boek geeft een overzicht van kennis en vaardigheden uit hun vakgebied, waarmee mensen die zich daartoe geroepen voelen, de rol van toekomstverkenner op zich kunnen nemen in hun organisaties. Zij brengen de noodzakelijke denkprocessen op gang en maken een wendbare, permanente strategievorming mogelijk. Zo kan hun organisatie beter inspelen op de ongelofelijke ontwikkelingen die elkaar steeds sneller opvolgen.

Twintig jaar geleden werd duidelijk dat boeken uitlenen terrein verloor als core business van de bibliotheek. Met horten en stoten vond de branche zichzelf opnieuw uit en schoof de ontmoetings- en verblijfsfunctie naar voren: een bibliotheek van vlees en bloed werd geboren. Maar juist die nieuwe invulling werd in 2020 plotseling problematisch. Hoe kan de branche zich teweerstellen tegen de tegenstrijdige eisen die de werkelijkheid telkens op haar afvuurt? Ik nodig mijn voormalige bibliotheekcollega’s uit om het boek Toekomstverkennen ter hand te nemen en ik wens ze veel wijsheid én plezier bij het aangaan van alle uitdagingen!

Toekomstverkennen is in 2019 in hardcover uitgegeven door Scriptum. Het kost € 22,50 en telt 183 bladzijden. De schrijvers zijn Freija van Duijne en Peter van der Wel.

Een serie over innovatie en toekomst
  1. Maak je ChatGPT-collega (nog) slimmer
  2. Rolwisseling met ChatGPT 
  3. Kokkerellen met mensenlevens: ChatGPT als lifecoach
  4. Dit is wat er gebeurde toen ChatGPT mij interviewde
  5. Ai, gaat dat wel goed? Tekstschrijven met ChatGPT
  6. Eeuwig in verandering
  7. Een houtje-touwtje platformorganisatie en digitale transformatie
  8. Toekomstverkennen: het ultieme denken in organisaties
  9. De vloeibare samenleving in een stroomversnelling

Delen

Talenten schuiven met Part-up

Delen
Geschatte leestijd: 2 minuten

Ik ben er zeker van dat jij in je werk allerlei taken op je bord krijgt waar je niet blij mee bent. Je doet ze niet graag en bent er niet zo goed in. Een ander zou het sneller en beter doen en er misschien zelfs plezier aan beleven. Die notitie schrijven. Die bijeenkomst organiseren. Die berekening maken. Die gasten ontvangen. Die presentatie houden. Maar ja, het hoort erbij, dit is nou eenmaal jouw baan en je bijt maar weer eens door de zure appel heen. Maar waarom eigenlijk? Zou een organisatie niet veel beter presteren als haar mensen die taken kregen waar ze van nature in uitblinken? Daar ben ik mijn hele loopbaan al van overtuigd, maar ik voelde me er alleen in staan. Het leek een utopie te zijn waar ik zelfs maar beter mijn mond over kon houden, want de gevestigde orde heeft schotten en hokjes nodig om haar voortbestaan veilig te stellen.

Part-up

Ik was dan ook blij verrast toen Laurens Waling enkele jaren geleden opdook in mijn tijdlijn. Hij bedacht Part-up, een soort marktplaats voor werkzaamheden, binnen of zelfs tussen organisaties. Part-up laat zien dat het kan en dat zo’n schuifpuzzel een organisatie wendbaar maakt. Processen verlopen efficiënter en effectiever. Mensen krijgen meer plezier in hun werk, omdat ze als een unieke persoon optimaal kunnen bijdragen aan de organisatiedoelen. Het zijn de verschillen die dat mogelijk maken. Medewerkers kunnen hun talenten laten zien en zich ontwikkelen door ander werk uit te proberen. Het verzuim daalt en er is minder verloop.

Coronacrisis

Door de coronacrisis nam het gebruik van het machtingsplatform Part-up een vlucht, vooral in de zorg. Van een handige tool veranderde het voor sommige organisaties in een levensreddend medicijn. Ze zijn in zwaar weer terechtgekomen, maar niet allemaal op dezelfde manier. En ook hier zorgen juist de verschillen voor de mogelijkheden. Bij zorgmedewerkers loopt het werk ze over de schoenen, maar in bijvoorbeeld horeca en luchtvaart zitten er mensen werkeloos thuis. Bedrijfstakken wisselen daarom sinds vorig jaar op grote schaal onderling mensen uit. Zo wordt de samenleving draaiende gehouden en organisaties overleven de crisis. Banen blijven behouden en medewerkers doen verfrissende ervaring op met ander werk.

Als vliegende reporter schoof ik vorige week aan bij de virtuele keukentafel van Part-up. Ruim twintig HR-functionarissen en strategisch managers, afkomstig uit diverse grote publieke en private bedrijven, ervoeren daar hoe wendbaarheid kan beginnen in het hier en nu. En ja, in je eigen baan. Maar hoe moet dat, in een logge organisatie met belemmerende schotten en ingesleten patronen? Begin je brutaalweg in het bord van je collega te prikken? Het antwoord is nee! Wendbaarheid begint met… nee zeggen. Ben je benieuwd hoe dat zit? Lees dan de impressie die ik schreef in opdracht van Part-up.

Delen

De blinde pianostemmer

Delen
Geschatte leestijd: 2 minuten

Vandaag zijn de verkiezingen voor de Tweede Kamer. Een nieuwe regering moet ons straks heelhuids uit deze historische impasse zien te leiden.

Stemmen was een jaarlijks evenement waar ik met mijn neus bovenop zat. Wij hadden in de jaren ’70 een blinde pianostemmer. Op de tast opende de man onze piano en openbaarde het indrukwekkende binnenwerk. Het 100 jaar oude hout gaf een plechtige geur vrij, die deed denken aan kerkbanken. Je zag een heleboel gespannen snaren die bovenaan eindigden in een massa glanzende knoppen.

Harmonie zoeken

Bij iedere toets hoorden twee of drie snaren, die samen één strakke toon moesten voortbrengen. De blinde stemmer sloeg de toets aan en luisterde met zijn neus in de lucht hoe de klank jammerend zijn weg zocht, terwijl hij diens snaren op elkaar afstemde. Daarna kon de toon met de ándere tonen in het reine worden gebracht.

Als hij klaar was met de hele piano, speelde de blinde pianostemmer een muziekstuk om te luisteren hoe het in de praktijk klonk. Dan pas kon hij horen of er werkelijk harmonie was ontstaan, zodat wij weer een tijdje van ons pianospel konden genieten.

Eigenlijk zijn wij kiezers ook blinde stemmers, die behoedzaam luisterend en op de tast te werk moeten gaan. Want we spelen sinds het begin van de coronacrisis samen in dichte mist in een muziekstuk dat we nog niet goed kennen, terwijl ons instrument steeds meer ontstemd raakt en pijnlijke dissonanten laat horen. Ik hoop dat onze stemmen uiteindelijk weer een goed gestemde piano opleveren: een regering die ons in harmonie uit de impasse weet te leiden.

Delen

Hij kan beer niet lezen. Is Christopher dyslectisch?

Delen
Geschatte leestijd: 3 minuten

Dit is het waargebeurde verhaal over een jongen en een beer. De jongen, laat ik hem Christopher noemen, was zes jaar en zat in groep drie. Een rustige, hardwerkende knul, die zich goed kon concentreren en een schrandere indruk maakte. Maar op de AVI-toetsen scoorde hij slecht. Hij bleef maar staren naar woorden die hij al vaak had gezien. Leed hij soms aan dyslexie?

dyslectisch

Beer

“Ik weet ook wel dat daar beer staat, maar ik kan het niet lézen!” Christopher zei het korzelig, toen ik hem wilde helpen. Dit vond ik een merkwaardige uitspraak. “Wat is lezen eigenlijk?” vroeg ik hem. Hij legde het me haarfijn uit. Lezen deed je met letters die zeiden hoe het woord moest klinken. Maar bij beer raakte hij altijd in de war, vertelde hij. “In beer staat ee maar dat klopt niet, het is i. Zo kan ik het toch niet lezen?”

Ik complimenteerde hem met zijn ontdekking. Met beer is iets vreemds aan de hand, legde ik hem uit. Dat komt door de r. Die verandert soms de klank die ervoor staat. Op een papiertje schreef ik onder elkaar: eer oor eur. Christopher begon enthousiast allerlei woorden op te noemen die daarop rijmden. Hij stak het briefje in zijn zak en zei plechtig “Nu kan ik beer lezen.”

Wat was hier aan de hand?

Zelf ontdekkend leren

Zijn school gebruikte Leeslijn, een methode gebaseerd op de vermeende zeven natuurlijke fasen die een kind doorloopt als het leert lezen. De methode beschouwt leren lezen als een natuurlijk proces, vergelijkbaar met leren lopen en leren spreken. Kinderen doorlopen zonder instructie, zelf ontdekkend en zelfstandig, een serie boekjes. Alleen de zwakkere leerlingen, die dat wél nodig hebben, krijgen instructie. Zij volgen een aparte route met andere boekjes.

eer oor eur klank en spelling Nederlands

Was ook Christopher gebaat geweest bij die route voor zwakke leerlingen? Christopher was geen vlotte lezer, maar zelf ontdekkend was hij juist als geen ander! Hij ging logisch en analytisch te werk en had zelf ontdekt dat er rare dingen aan de hand zijn bij de spelling van het Nederlands. Het ontbrak hem, zo leek het, vooral aan een sparringpartner, iemand met wie hij zijn ontdekkingstocht en kennisconstructie kon delen, iemand bij wie hij zijn eigen conclusies kon toetsen. Een goed onderlegde gesprekspartner bovendien, die kennis had van de didactiek van het aanvankelijk lezen. Voor zover ik weet heeft Christopher uiteindelijk ‘gewoon’ goed leren lezen en schrijven.

Voor welke kinderen is die aparte route dan wel geschikt en is het inderdaad goed om die kinderen ‘af te koppelen’? Is leren lezen eigenlijk wel vergelijkbaar met leren spreken? Daarover schrijf ik een volgende keer in deze serie over leesproblemen.

Meer over lezen en onderwijskansen

  1. Hoe één boek je verandert in een lezer
  2. Hij kan beer niet lezen. Is Christopher dyslectisch?
  3. Een powerweekend met turbobijles
  4. Alle kinderen zijn gelijk, maar sommige zijn gelijker dan andere

Wij helpen gratis een organisatie met dat kleine verhaal dat verschil gaat maken. Lees meer…

Delen

Storytellingdag 2021: welke organisatie gaan wij gratis helpen?

Delen
Geschatte leestijd: 2 minuten

Het kleine verhaal

Dat kleine verhaal, van die éne klant, medewerker, leerling, cliënt, patiënt, buurtbewoner, vluchteling, mantelzorger of…. Dat verhaal wil verteld worden. Want daarin zit verborgen wat er echt toe doet, wat er eigenlijk aan de hand is en waar we werkelijk naartoe moeten met onze instituties.

“In de bibliotheek voel ik me als een man zonder problemen”

Soms is één uitspraak, één moment of één beeld genoeg om het geheel te begrijpen. In het kleine verhaal gaat het Grote Verhaal schuil, als een microkosmos.

Achter een computer in de OBA-vestiging in Osdorp zit Ernest Dedou (40) uit Ivoorkust. Met hulp van een OBA-medewerker oefent hij de Nederlandse taal, via het programma ‘Leef en Leer!’, van onder meer de OBA en de gemeente. Hij is vastberaden Nederlands te leren, ook al heeft hij geen verblijfsvergunning gekregen. ’s Nachts slaapt hij in de gemeentelijke bed–, bad–, en broodvoorziening, overdag is hij op Nederlandse les of in de OBA.

„De bibliotheek is als een kerk voor mij”, zegt Dedou. Overal waar hij kwam ging hij naar de bieb: in Leersum, Breda, Doorn en Ter Apel. „In de bibliotheek is het rustig en veilig, hier voel ik me als een man zonder problemen.” Als Dedou hoort dat het aantal vestigingen in de stad ter discussie staat, haalt hij een zin aan van de Malinese schrijver Amadou Hampâté Bâ: „When an old man dies, a library is burning.” (NRC 29-5-2015)

Een verhaal kan jouw zoekende organisatie strategisch vooruit helpen. Dat kleine verhaal kan jullie bestaansrecht aan de wereld tonen.

Een nieuw begin

Ken je (of zoek je) een treffend verhaal, in of rond jouw organisatie? Ben je benieuwd wat het verhaal jou wil vertellen? Zou je er strategisch mee aan de slag willen? Kun je daar hulp bij gebruiken van professionele storytellers? Vertel ons:

  • over dat kleine verhaal dat jou ter ore kwam
  • over de strategische uitdagingen van jouw organisatie

Wie weet ben jij degene die wij dit jaar gratis en voor niets helpen met narratief onderzoek dat verschil maakt. Reageer op dit bericht of mail naar Riemie van Dijk van Enerrgy of Janneke Dullemond Tekst & Advies.

Delen