De verwaarloosde brandweerorganisatie

Delen
Geschatte leestijd: 5 minuten

Een zo door en door verrotte organisatie kun je maar beter gewoon in de hens zetten, om uit de as een feniks te laten herrijzen. Dat is zo’n beetje de strekking van Brand in Amsterdam, een verbijsterend boek dat vorige maand verscheen.

Luisterboek

Ik fiets Amsterdam uit in een bleek winterzonnetje, over het smalle, slingerende weggetje langs de Amstel. Mijn blik dwaalt over de weilanden links en het water rechts, maar dit luisterboek eist al mijn aandacht op. Ik frons als ik hoor over arrogant privégebruik van overheidseigendom, grootschalige gecoördineerde urenfraude en leugenachtige stemmingmakerij in de media. De verhalen over discriminatie, uitsluiting en intimidatie zijn schrikbarend. Walgelijk is de beschreven homo- en vrouwenhaat en het seksueel misbruik. En het gáát maar door. Doodsbedreigingen. Een theatrale zelfmoord op de werkvloer.

(De tekst gaat door onder de afbeelding)

Verrotte cultuur

De voorlezer imiteert het vette Amsterdamse accent van de OR-voorzitter om de couleur locale kracht bij te zetten. Volgens de auteur is er maar op één manier echt af te rekenen met de door en door verrotte mentaliteit in deze overheidsorganisatie: opheffen en opnieuw beginnen. En misschien kan de nieuwe organisatie maar beter gaan werken met vrijwilligers, iets wat buiten Amsterdam heel gewoon is. Alles is beter dan doorgaan met deze peperdure nep-professionals van laag allooi. Eén procent van hun tijd besteden ze aan blussen, drie procent aan hulpverlening. De rest van de tijd besteden ze naar eigen inzicht, in gesloten kazernes die ze beheren als koninkrijkjes. De nutteloze 24-uursroosters dienen er alleen maar toe, om er naast de brandweerbaan nog andere werkzaamheden op na te kunnen houden. Sommigen hebben eigen bedrijven, waar ze trouwens ook tijdens brandweeruren mee in te weer zijn.

Ineens komt mij een enorm gevaarte tegemoet, wat me bruusk terugbrengt naar het hier en nu. Ik stuur mijn fiets helemaal in de berm en stap af om de gemotoriseerde tegenligger te laten passeren. Maar dan zie ik dat hij ook tot stilstand is gekomen en ruimte heeft gemaakt op het smalle weggetje. Met zijn lichten geeft de bestuurder mij een seintje. Wat vriendelijk! Mijn hart maakt een vreugdesprongetje. Als ik de wagen passeer, zie ik het woord BRANDWEER onder de voorruit staan. Ik steek mijn hand op en de chauffeur groet terug.

De Amsterdamse brandweer

In 2016 werd politiecommissaris Leen Schaap aangesteld als hoofd van de Amsterdamse brandweer. Burgemeester Van der Laan gaf hem de opdracht om af te rekenen met de machocultuur, de eigenrichting en verworven rechten, zoals het volstrekt onrendabele 24-uurs rooster. Schaap, in het NRC: „Toen we mijn contract ondertekenden hebben we elkaar in de ogen gekeken en de hand gedrukt: wij gingen samen éíndelijk iets doen aan de verrotte cultuur bij de Amsterdamse brandweer. Onze onuitgesproken afspraak was duidelijk: wij laten elkaar nóóit vallen, wat er ook gebeurt. Ik wist: ik heb een bestuurder die achter mij staat en niet weg stapt als het spannend wordt.” Maar Van der Laan werd ziek en overleed in 2017. In 2019 werd Schaap ontslagen door zijn opvolger, Femke Halsema. Zij had oud-generaal Peter van Uhm onderzoek laten doen naar de problemen bij de brandweer. Iemand die zó ernstig overhoop lag met het personeel, kon volgens Halsema niet effectief leidinggeven. Schaap werd opgevolgd door oud-militair Tijs van Lieshout, die de opdracht kreeg verbinding te zoeken.

Vorige maand verscheen Brand in Amsterdam. Auteur Schaap klapt daarin sappig gedetailleerd uit de school over de verdorven organisatiecultuur van Brandweer Amsterdam-Amstelland. Hij overlaadt de lezer met verbijsterende anekdotes uit zijn logboek. Bovendien lucht hij zijn hart over de opvattingen en beslissingen van Halsema. Zij deed, zegt hij, de ernstige voorvallen die hij bij haar onder de aandacht bracht lachend af als Amsterdamse humor. In haar ogen moest een brandweercommandant in de eerste plaats verbinding zoeken met raddraaiers.

Verwaarloosde organisaties

Schaap beschrijft in zijn boek het systeem waar de overheidsorganisatie deel van uitmaakt. Gezagsverhoudingen, werkrelaties en gedrag konden daarin blijvend ontsporen. Voor zijn theoretische beschouwing baseert Schaap zich op het werk van Joost Kampen. In diens boek Verwaarloosde organisaties staat een andere Amsterdamse overheidsorganisatie centraal, het Gemeentelijk Vervoersbedrijf (GVB). Kampens boek, gebaseerd op zijn proefschift, is zakelijker van toon en de anekdotes zijn minder extreem, maar het patroon is vergelijkbaar. Waar bijvoorbeeld brandweermannen kazernes gebruiken als caravanstalling, verhuist een GVB-medewerker ’s nachts zijn huisraad met een tram. Allemaal met medeweten van de leidinggevenden.

Kampen vergelijkt de cultuur in verloederde overheidsorganisaties met die in problematische gezinnen. De verhouding tussen management en medewerkers lijkt op die van ouders die hun kinderen niet aankunnen en ze dan van de weeromstuit gaan verwennen. In verwaarloosde organisaties ontbrak het langdurig aan sturing en begeleiding. De relatie tussen leiding en medewerkers raakte daardoor ernstig verstoord. Dit uit zich op verschillende manieren. Medewerkers vertonen grenzeloos gedrag en zijn niet in staat te reflecteren en te leren. Ze ontwijken verantwoordelijkheid en beschermen zichzelf door misleiding. En eenieder die deze situatie probeert aan te pakken, of dit nu een hiërarchisch leidinggevende is of een van de peers, de ‘kinderen’ zullen er alles aan doen om hem uit te schakelen.

Afrekening

Al was maar één procent waar, van alles wat Schaap in zijn logboek noteerde… Hier is duidelijk zoveel mis dat alleen grondig ingrijpen het tij nog kan keren. Maar of dit boek daar optimaal aan bijdraagt betwijfel ik. Schaap grijpt iedere gelegenheid aan om zijn diepe minachting te spuien over zijn tegenstanders en zijn eigen morele moed voor het voetlicht te brengen. De voorbeelden die hij beschrijft zijn ernstig genoeg om voor zichzelf te spreken en zouden beter tot hun recht komen in een minder gekleurde beschrijving. En het is evident dat het moeilijk is om je in zo’n cultuur als hoogste leidinggevende staande te houden, logisch dat lef vereist is. Schaap beschrijft zichzelf herhaaldelijk als een moreel hoogstaande rots in de branding die geen angst kent. Geloofwaardiger en sympathieker was het geweest, als hij wat minder had opgeschept en wat meer over zijn dilemma’s en angsten had geschreven.

In 2019 werd Schaap onder grote media-aandacht uit zijn functie ontheven. Halsema wilde hem de eer aan zichzelf laten houden, maar hij koos ervoor om tot het bittere einde te strijden voor de goede zaak en de publiciteit te zoeken. Schaaps keuze om er een boek over te schrijven heeft daardoor de schijn tegen: het lijkt op een afrekening met zijn persoonlijke vijanden. Naast de badinerende toon van het boek, draagt ook de inhoud bij aan dat beeld. Schaap linkt alle vijanden uit zijn eigen professionele loopbaan aan elkaar. Krakers. Amsterdammers. Politici van Groen Links. Kopstukken uit het leger. Dat bonte gezelschap lijkt er in zijn universum eensgezind op uit te zijn om de wereld te laten verloederen. Hij laat mij als lezer achter met gemengde gevoelens, die ik niet had na het lezen van Verwaarloosde organisaties.

Verbinding

Ik hoop van harte dat Halsema achter de schermen bezig is met een krachtig Plan B. Als de brandweerorganisatie inderdaad is te vergelijken met een ontspoord gezin, dan lijkt me Halsema’s vaststelling dat er verbinding nodig is zo gek nog niet. Verwaarloosde kinderen hebben geen zachte heelmeester nodig, maar hebben wel als ieder ander behoefte aan liefde, respect en wederkerigheid. Dat gun ik de brandweermannen en -vrouwen die lijden onder de giftige cultuur en wél proberen om het goede te doen. De vriendelijke spuitgast die mij op dat smalle weggetje langs de Amstel liet passeren gun ik dat in het bijzonder.

Delen

Een powerweekend met turbobijles

Delen
Geschatte leestijd: 3 minuten

Een powerweekend met turbobijles kan je toekomstperspectieven radicaal veranderen, leerde ik deze week van mijn oude schoolvriendinnetje Patricia. Ze had mijn vorige blog gelezen, over mijn dyslectische moeder die het schopte tot foutloos spellende LOM-schooljuf.

“Ik ben ooit op de lagere school een weekend bij jullie geweest,” schreef ze me. “Jouw moeder heeft toen mijn niveau van Nederlandse taal getest. Daarna heeft ze de beste spellingstips gegeven. Een beetje logische tips. Altijd zoveel houvast daaraan gehad. En ik heb ze doorgegeven aan mijn kinderen.”

Vijfde klas, Dr. Plesmanschool (1977-1978) met Patricia op de achterste rij derde van rechts en ikzelf op de achterste rij vijfde van links.

Hondtje

Er begon mij iets te dagen. Ik dacht terug aan mijn elfde verjaardag in 1977. Mijn vriendjes en vriendinnetjes hadden hun zakgeld bijeengeschraapt om mij een abonnement op de Tina cadeau te doen, met een welkomstgeschenk naar keuze. Een van de opties was “een hondtje in een mantje”, schreef Patricia in een brief die ik op mijn verjaardagspartijtje overhandigd kreeg. Ik was gewend aan haar merkwaardige spelfouten. Als zij zich hakkelend en zwetend een weg ploeterde door een leesbeurt, las ik alvast vele bladzijden vooruit. Ik was van de taal, zij was van het rekenen. Zo zag onze wereld eruit.

Maar mijn moeder vond hondtjes en mantjes niet normaal. Zij zag een kind dat worstelde met een zwak woordbeeld. Een dyslecticus, die veel meer behoefte had aan spellingsregels en logica dan anderen. Zij zag een kind dat lukraak, op hoop van zegen, d’s, t’s en dt’s in haar tekst stopte, omdat ze de onderliggende regels niet kende. En kennelijk zag mijn moeder een taak voor zichzelf weggelegd, want ze nodigde mijn vriendinnetje uit voor een ambitieus logeerweekend. Patricia bleek twee jaar achterstand te hebben met taal. Elementaire spellingsregels waren langs haar heengegaan, omdat ze het tempo van de klas niet had kunnen bijbenen.

A-e-o-u-i

Wat had het power-weekend haar opgeleverd? “Ze vertelde mij hoe een enkele a e o u i klonk en aa ee oo uu ie. En vertelde mij bij meervoud bv ff of enkel f moest gebruiken…” De turbo-bijles maakte van Patricia geen taalvirtuoos, maar er lagen daarna meer wegen voor haar open. “Taal is altijd een probleem gebleven maar polissen financieel uitzoeken niet. Toch ben ik op een gegeven moment weer afgerekend op mijn dyslexie. Ik was 40 jaar en kreeg een slechte beoordeling voor communicatie en dan doelde ze op mijn schrijven. Ik werkte toen al 12 jaar bij dat bedrijf. Ik dacht waarom moet ik dit nog steeds doormaken. Ach we zitten met z’n vieren hier met hetzelfde probleem. […] We doen alles via kleine stapjes, want het niveauverschil is af en toe te groot om een mooie opleiding te volgen maar wij komen er wel.“

Een ontroerend verhaal, over een kleine investering met een enorm rendement. Met adequate instructie in een goed gestructureerde turbo(bij)les kan een kind een grote leerachterstand in korte tijd inlopen. Weinig dingen geven zoveel voldoening en zelfvertrouwen als zo’n prestatie. De zogenaamde coronageneratie is niet verloren. Met de juiste investeringen lopen deze kinderen hun achterstanden echt wel weer in. Ze kunnen dan genieten van een euforische overwinningsroes en een extra portie zelfvertrouwen meenemen naar de moeilijkheden die later nog op hun pad komen.

Meer over lezen en onderwijskansen

  1. Hoe één boek je verandert in een lezer
  2. Hij kan beer niet lezen. Is Christopher dyslectisch?
  3. Een powerweekend met turbobijles
  4. Alle kinderen zijn gelijk, maar sommige zijn gelijker dan andere
Delen

Alle kinderen zijn gelijk, maar sommige zijn gelijker dan andere

Delen
Geschatte leestijd: 3 minuten

Mijn dyslectische moeder was juf op een LOM-school en was een kei in spelling. Zelf had ze hard moeten werken om te leren lezen en schrijven, maar het was haar mooi gelukt. Ze beschikte over een eindeloos arsenaal aan ezelsbruggetjes om ieder woord foutloos op papier te krijgen. Daarmee was ze het ideale rolmodel voor de kinderen in haar klas, die gedemoraliseerd en vaak met jaren leerachterstand uit het reguliere onderwijs waren vertrokken.

Lees verder
Delen

Ongekend in oorlogstijd

Delen
Geschatte leestijd: 2 minuten

We beleven een ouderwetsche winter, dus eten wij vandaag koolraap met bruine bonen. Eigenlijk niet vanwege het weer, maar ter nagedachtenis aan mijn moeder, die een jaar geleden overleed. Het was haar ab-so-lu-te lievelingseten, in haar jeugd kwam het op haar verjaardag op tafel. En in mijn eigen jeugd dus ook…. Ik heb het altijd een saai prutje gevonden, maar ik genoot wel van de nostalgische verhalen die mijn moeder erbij opdiste.

Lees verder
Delen

Erg, waarschijnlijk

Delen
Geschatte leestijd: 3 minuten

Hoe waarschijnlijk is het dat je huis afbrandt? En hoe erg zou het zijn? Die vragen, maar vooral de tweede, zijn belangrijk om te bepalen of je je tegen een dergelijk risico gaat indekken en op welke manier. De toekomst is onbekend, je weet van tevoren niet of je dure voorzorgsmaatregelen straks de investering waard blijken te zijn. Maar niets doen is onverstandig.

Lees verder
Delen

De vloeibare samenleving in een stroomversnelling

Delen
Geschatte leestijd: 3 minuten

Voorwaarts, de toekomst tegemoet. Met een speurende blik gericht op vergezichten. Dan kun je lelijk struikelen over wat je onverwachts voor de voeten rolt. Een coronacrisis bijvoorbeeld. Ik vroeg aan trendwatcher en tijdgeestonderzoeker Farid Tabarki of zijn vergezichten in 2020 zijn veranderd. Het werd een geanimeerd gesprek, dat zich toespitste op onderwijs en ontwikkeling.

De vloeibare samenleving

Begin 2016 beschreef hij in Het einde van het midden de tendens dat de samenleving “vloeibaar” wordt. Als gevolg van razendsnelle technologische ontwikkelingen verdwijnen de vaste structuren overal in de samenleving. In die nieuwe dynamiek verliest “het midden” terrein. De reisbemiddelaar, de middenklasse, het middenmanagement. En natuurlijk – al noemt hij hem niet – de bibliothecaris. Tumultueuze ontwikkelingen in een snel veranderende wereld. Maar volgens Farid komt het allemaal op zijn pootjes terecht. Ooit.

Coronacrisis

Maar toen kwam dus 2020. Het oude normaal was plotseling voorbij. Bestaande trends, zoals digitalisering van werk en onderwijs, namen een grote vlucht. Onvoorstelbare nieuwe trends kwamen zomaar uit de lucht vallen, denk aan taboes op knuffelen en feesten.

Het nieuwe normaal is nog niet begonnen, hoe gaat dat er straks uitzien?

Farid heeft hoopvolle verwachtingen. Onder druk van de pandemie hebben we kennisgemaakt met andere manieren van werken en onderwijzen. Er is grotere betrokkenheid ontstaan bij technologische mogelijkheden en ontwikkelingen. Hopelijk is dat engagement blijvend, zodat we eensgezind kunnen doen wat de snel veranderende samenleving nodig heeft.

Andere ontwikkelingen zijn zorgelijker. De afstand tussen de voor- en de achterhoede bijvoorbeeld. Wie technologisch en maatschappelijk al niet goed mee kon komen, raakt door de pandemie steeds verder achterop. Het onderwijs moet zich aanpassen aan de nieuwe werkelijkheid, daarover waren we het roerend eens. Maar hoe moet die aanpassing eruitzien?

Onderwijsinnovatie

Farid maakte deel uit van het platform Onderwijs 2032, dat in 2016 advies uitbracht aan de Rijksoverheid over de kennis en vaardigheden die leerlingen moeten verwerven met het oog op de toekomst. Ik deel zijn visie dat het onderwijs niet alleen dient voor traditionele kennisoverdracht, maar ook moet zorgen dat leerlingen socialiseren, dat ze leren hoe de samenleving in elkaar zit. Farid noemt dit treffend “netwerkoverdracht”. Het onderwijs moet zich opnieuw definiëren, waarbij er nieuwe rollen zijn weggelegd voor spelers in de lokale context. Personen, bedrijven en instellingen in de omgeving van de school moeten zich medeverantwoordelijk voelen voor de ontwikkeling van de leerlingen. Uiteindelijk moet dit systemisch worden.

Vergeleken met Farid ben ik echter tamelijk behoudend. Ik ben zelfs al sinds de oprichting lid van de cynische club Beter Onderwijs Nederland. Naar mijn idee moeten de verworvenheden van het oude onderwijs gekoesterd worden. Ik denk dat we die kunnen behouden, door ze in nieuwe vormen te gieten, waarbij technologie een krachtige rol kan spelen. Programmatisch klassikaal onderwijs is inderdaad ongeschikt voor de toekomst. Maar 200 jaar geleden was het een innovatieve doorbraak, die de kennisverwerving zowel efficiënter als effectiever maakte en aangenamer op de koop toe. Naar mijn mening is een krachtige synergie mogelijk, van verschillende elementen van oude en nieuwe innovatie, als de verschillende partijen de handen ineenslaan.

De handen ineen

Gaat het uiteindelijk de goede kant op met de wereld? Ja, denken wij allebei, al zal de weg daarnaartoe nog wel een tijdje door een dal gaan. Er zijn steeds meer mensen die de koppen bij elkaar steken, die met elkaar in gesprek gaan, die kennis en visies uitwisselen. Mensen verenigen zich om met elkaar de toekomst af te tasten en haar samen vorm te geven. Dat is een prachtige expeditie.

Een serie over innovatie en toekomst
  1. Maak je ChatGPT-collega (nog) slimmer
  2. Rolwisseling met ChatGPT 
  3. Kokkerellen met mensenlevens: ChatGPT als lifecoach
  4. Dit is wat er gebeurde toen ChatGPT mij interviewde
  5. Ai, gaat dat wel goed? Tekstschrijven met ChatGPT
  6. Eeuwig in verandering
  7. Een houtje-touwtje platformorganisatie en digitale transformatie
  8. Toekomstverkennen: het ultieme denken in organisaties
  9. De vloeibare samenleving in een stroomversnelling

Delen